Historiek‎ > ‎

Het 'Roesbroec'

Duizenden jaren voor onze tijdrekening overstroomde de zee herhaalde malen onze contreien. Het langzame terugtrekken van het water liet in de streek rond Gent en meer bepaald op het huidig grondgebied van Sint-Amandsberg verscheidene zandheuvels na. Ze lagen langs beide kanten van de huidige Dendermondsesteenweg. Enkele van die zandheuvels werden in de loop der tijden afgevoerd. In de nabijheid van deze zandheuvels waren er lage landen of moerassen, zoals de Rozebroeken (1215 Roesbroec). Broek was vroeger het gewone woord voor moeras. Roos (van het Germaanse rausa) betekent riet

Het Roosbroek lag bijna volledig onder de hoogtelijn van 6 meter. Naar het westen bereikt men al snel 8 meter. Het terrein in het zuidwesten en het noordoosten werd in de laatste decennia door opvulling geëffend, maar daartussen (het begin van de Alfons Braeckmanlaan) ziet men nog steeds het grote niveauverschil tussen het Heiveld en het Roosbroek.

Vóór de 12de eeuw lagen de kouters als eilandjes van hogere zandgrond in het landschap verspreid. De boerderijen lagen lager. Hof Herlegem, nabij Sint-Baafskouter gelegen op de hoek van de Herlegemstraat en de Dendermondsesteenweg, was zo’n hoeve. De oudst bekende vermelding in de documenten van het rijksarchief te Gent verwijst naar het jaar 966. Men spreekt van het goed Herlingehem. De hoeve gesticht door de Gentse Sint-Baafsabdij maakte waarschijnlijk deel uit van een nog oudere nederzetting (ten tijde van de Merovingers). De abdijhoeve evolueerde van leen tot achterleen van de Sint-Baafsabdij. 

http://sintbaafskouter.be/googlesite/2015/Kaart16xx_anoniem.jpg
De cirkelvorminge walsite Oud Herlegem op de Sint-Baafskouter in Sint-Amandsberg op een anonieme, figuratieve kaart uit de 17de eeuw (Foto Stad Gent, AG, AG, lade 4/D/1)

Gesitueerd in het moerassige Roosbroek en niet ver van de Schelde vertoonde het goed, volgens geografische bronnen, een mote (kunstmatige heuvel) met walgracht. Vanaf de 12de eeuw ontstond door de grote ontginningsbeweging een aaneengesloten cultuurlandschap. Hogere zandgronden die tot dan toe onbewerkt waren gebleven, werden tot akkercomplexen ontgonnen. Opdat het loslopende vee de gewassen geen schade zou toebrengen, werden de kouters aan de straatkant omheind en naar de lagere gronden toe door een gracht omgeven. Binnen de kouter werden de percelen door een droge greppel van elkaar gescheiden. 
In de late Middeleeuwen werden de zogenaamde kouterwegen getrokken, maar de grote veranderingen in het landschapsbeeld kwamen er pas na de tweede helft van de 19de eeuw. Vooral als gevolg van de snelle bevolkingstoename.

De oorspronkelijke landbouwbestemming op de kouter bleef tot een stuk in de 20ste eeuw voortbestaan: aspergeteelt op zandgronden (onder meer door boer Clauwaert). De ‘asperges de Mont Saint Amand’ hadden een kwaliteitslabel. De teelt ging door tot de bouw van de school begin jaren zestig. Ondertussen was er sedert 1906 wel het ontwerp van de gemeente Sint-Amandsberg om de Leopold II straat (Jos Verdegemstraat) en de Maria Hendrikastraat (Oscar Colbrandtstraat) door te trekken over de Prins Albertstraat (Adolf Baeyensstraat) richting Destelbergen.

het vervolg van 'Het verhaal van Rozebroeken - Sint-Baafskouter': DE NV ‘EXTRA MUROS’ (1931)

Verdwaalpaadjes